Korenmolen De Lelie

Algemene informatie


Nummer: 111
Naam: Korenmolen De Lelie
Plaats: Puttershoek
Adres: Molendijk 2, 3297 LC Puttershoek
Gemeente: Binnenmaas
Provincie: Zuid-Holland
Molencategorie: Windmolen
Type: Ronde stenen grondzeiler
Maalvaardig: Korenmolen
Bouwjaar: 1836
Eigenaar: Stichting Molens Binnenmaas
Molenaar: Jesse in 't Veld 0657 379 439
Nevenmolenaar(s): Piet Lodder, tel. 0180-423832, 0629 265 022
Sleutelhouder:

Technische informatie


Vlucht: 24,00 m
Wieksysteem: Oud-Hollands
Binnenroede: 24,00 m., ijzer gelast, fabr. Derckx te Beegden, nummer 545, bouwjaar 1987
Buitenroede: 24,00 m., ijzer gelast, fabr. Derckx te Beegden, nummer 546, Bouwjaar 1987
As: gietijzer, fabr. F.J. Penn & Comp. te Dordrecht, nummer 297, bouwjaar 1865, lengte 4,70 meter.
Vang: Vaste Vlaamse blokvang met 4 stukken, vangbalk met haak, vangstok, kneppel
Bovenwiel of aswiel: 70 kammen, steek 10,3 cm
Overige molen- of aandrwielen: bovenschijfloop: 33 staven, spoorwiel : 120 kammen, steek 7,5 cm, steenrondsel: 37 staven
Belt- of stellinghoogte:
Kruiwerk: Engels kruiwerk, gietijzeren onderrail, rest staal, kruihaspel
Biotoop: matig
Rijksmonumentnummer: 32246
Specificaties: Inrichting: één koppel 16der kunststenen, centrifugaalbuil, koekenbreker, graanpletter, slijpsteen, graanschoner, maalstoel en sleepluiwerk. Daarnaast een los opgesteld koppel maalstenen, afkomstig uit de korenmolen van Westmaas.

Geschiedenis

De Lelie in Puttershoek werd in 1836 gebouwd in opdracht van Cornelis van Holst ter vervanging van een ter plaatse staande wipkorenmolen. Die laatste was in 1829 door Van Holst aangekocht. Bij de bouw van de huidige molen werd gebruik gemaakt van nog goede onderdelen van de constructie van deze molen en waarschijnlijk tevens van het oude molenaarshuis, getuige enkele geschilderde zolderbintjes.

In 1841 volgde verkoop aan Hendrik van der Koogh, houtzaagmolenaar te Dordrecht. Vanaf 1838 tot 1850 was Jacob Sonneveld huurder-molenaar. In 1850 werd Kornelis Labrijn eigenaar, die na ruim vijf jaar de molen aan Teunis Verbaas verkocht. In 1877 nam diens oudste zoon Pieter de molen over, maar vier jaar later ging deze failliet. Vanwege dit faillissement is de toenmalige inventaris bekend gebleven. De inventaris van het molenbedrijf omvatte toen paard en wagen, tuig en dekkleed, de dijk om te weiden, een heining en vier zeilen. Ook een molenhaak, 25 bilhamers (= werktuigen waarvan de molenaar zich bedient bij het scherpen van de groeven op de maalvlakte van molenstenen), een slijpsteen, een takel met stropketting voor het lichten van de loper behoorden bij de inboedel, evenals een handboom, wiggen, waaghout, vier lampen, een oliekan, schalen en een evenaar met 83 kg gewicht. Koper in 1881 was Cornelis de Regt uit Colijnsplaat. Na drie jaar actief te zijn geweest vertrok hij in 1884 naar het Zeeuwse Koudekerke. Waarschijnlijk was Cornelis degene  die de helft van de molenromp in de witkalk heeft gezet, hetgeen te zien is op een foto uit 1905. Van 1884 tot 1897 was Dirk Aart Berkhouwer uit Nieuwerkerk aan den IJssel eigenaar.

Vanaf 1900 voerde Gerrit Korporaal, de volgende eigenaar, ingrijpende wijzigingen door in het molenbedrijf. Zo werd in 1902 een machinekamer in het dijklichaam tegen de molen gemaakt, waarin een stoomlocomobiel van ca. 15 pk van het fabrikaat Buiskool uit Beerta werd geplaatst. Deze machine kon op windstille dagen het gaandewerk aandrijven. Opmerkelijk: de overbrenging van stoommachine naar spoorwiel kon ook andersom gebruikt worden om met windkracht de koekenbreker aan te drijven.

De machine is waarschijnlijk slechts gebruikt tot 1914. In dat jaar ging Korporaal namelijk samenwerken met Arie Quispel, een vroegere knecht, die aan het Schouteneinde een maalderij had ingericht met een zuiggasmotor en een dubbele maalstoel. Een jaar later, in 1915, kwam Pieter Kalis, schoonzoon van Korporaal, in het bedrijf werken. In 1931 kreeg hij vergunning tot het inrichten van een elektrische hulpgraanmaalderij in de wagenschuur naast de molenaarswoning. Vanaf dat moment zal de samenwerking met Quispel wel zijn beëindigd. In datzelfde jaar vertrekt Pieter Kalis na een scheiding uit Puttershoek en verhuurt Korporaal met recht van aankoop zijn bedrijf aan Jan Cornelis Leeuwenburgh, een veevoerhandelaar. Samen met zijn broer Cornelis leert hij de kneepjes van het vak bij Korporaal. Gerrit Korporaal stond bekend als een van de sterkste mannen van het dorp. De overlevering wil dat hij met gemak twee balen van 80 kilo in één keer op de wagen sjouwde. In 1944 overleed hij echter, nadat hij bekneld was geraakt tussen de geladen molenwagen en de muur van de maalderij.

Tot 1945 werd er met drie koppel stenen gemalen: een blauwe steen voor het malen van bakkersgemaal, een 16der kunststeen voor veevoeder en een breeksteen voor het breken van paardenbonen en later maïs. De toenmalige zes bakkers in Puttershoek namen wekelijks twee tot drie baaltjes van 50 kg af en ook de veevoeromzet was vrij groot. In 1948 kocht Jan Cornelis Leeuwenburgh de inmiddels buiten gebruik zijnde molen van Dirkje Korporaal, die dat jaar met haar nieuwe echtgenoot Simon Taal naar Middelburg vertrok. In 1955 droeg Leeuwenburgh de inmiddels vervallen molen over aan de gemeente Puttershoek voor het symbolische bedrag van f 1,– gulden. Het gevlucht was behoorlijk slecht, de basis van de kap flink verrot en ook de staart en zoldervloeren dienden grotendeels vernieuwd te worden. De gemeente liet de molen in de periode 1955-57 restaureren. Van de drie koppel stenen werd, na vervanging van de zoldervloeren, er één herplaatst. Het uiterlijk van de molen onderging een opvallende verandering: de romp werd om esthetische redenen gewit (was volledig geteerd sinds 1910). In de jaren ’70 is de gehele romp gezandstraald, omdat het creosoot door de witkalk heen kwam en daardoor lelijke vlekken veroorzaakte.

In 1987 is de molen, na een nieuwe periode van verval, gerestaureerd. Het gevlucht werd vernieuwd en de kap, tamelijk onbegrijpelijk, met riet gedekt. Oude foto’s tonen steeds een met hout, al dan niet voorzien van dakleer, gedekte kap. Wel draaide de molen sindsdien weer regelmatig, waarbij soms veevoer werd gemalen. Sinds mei 2014 is het koppel stenen weer geschikt gemaakt voor het malen van tarwe. Halverwege 2018 is opnieuw aan de molen gewerkt, waarbij met name aan het wiekenkruis diverse reparaties zijn verricht: 8 windborden vervangen, voorzomen, bordschroten, enkele heklatten en kluften en de vorstplanken. Daarnaast is veel aandacht besteed aan de kleurstelling: kap en gevlucht zijn geschilderd naar zoals het in de periode 1905-1942 is geweest. De staart is veel lichter geel geworden en de vangstok herkreeg het rood-wit-blauw.

 

Openingstijden

De Stichting Molens Binnenmaas streeft er naar de maalvaardige molens op vaste tijden voor belangstellenden open te stellen. Op afspraak kunnen de molens door groepen ook op andere tijdstippen worden bezocht.De Lelie is elke zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur te bezoeken en voorts op afspraak met de molenaar. U kunt de molenaar een e-mail sturen door hier te klikken.

Jaarverslag 2017

Voor actuele informatie over De Lelie, zie het Jaarverslag 2017: Jaarverslag 2017 korenmolen De Lelie te Puttershoek

 

Korenmolen De Lelie Korenmolen De Lelie Korenmolen De Lelie Korenmolen De Lelie